De radio golven zijn radiogolven die, is het verschil dat het bericht over de radiogolven met HDTV wordt verzonden een digitaal signaal is en met analoge TV is het een analoog signaal. De digitale signalen kunnen „lawaai“ vaak tolereren dan beter analoge signalen. De vaak analoge signalen worden bedorven door „lawaai“ dat vaak van andere nabijgelegen signalen is en andere elektronische apparaten die radiogolven uitzenden. In een analoog signaal, het „lawaai zal“ als „sneeuw“ of vervorming op het beeld verschijnen, maar de digitale ontvanger zal enkel het lawaai verwerpen. Het digitale signaal weet welke 0s en 1s tot het en enkel wegwerp de rest behoort. Een analoog signaal zal om het even wat tonen die over dat bepaalde frequentie komt, die is waarom het beeld vaak onvolmaakt is. De versterkers verhogen signaalsterkte, maar zij verhogen ook het „lawaai“ in de ontvangst, eveneens, omdat zij analoge apparaten zijn en zij ook om het even wat zullen vergroten die over de frequentie komt.